Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

CEO's over energietransitie
Strategie Summit Energie & Utilities vroeg CEO's naar hun mening over de uitvoering van de energietransitie.
Energieprestatienorm aangepast
Bij het NEN is een nieuwe versie verschenen van de NTA 8800 ‘Energieprestatie van gebouwen’.
Duurzaamheidstaxatiemodel voor kantoren in aantocht
Samen met tien grote Nederlandse taxatiekantoren werkt ING Real Estate aan een model om de duurzaamheid van kantoorgebouwen te taxeren. Het ‘Duurzaamheidstaxatiemodel’ moet de standaard worden in het eenduidig, transparant en consistent waarderen van de duurzaamheid van kantoor-vastgoed.
BENG-eisen definitief
Afgelopen dinsdag (11 juli jl.) heeft minister Ollongren de Tweede Kamer per brief in kennis gesteld van de definitieve BENG-eisen. Vergeleken met de concept-eisen van het najaar 2018 is een verdere differentiatie en aanscherping doorgevoerd. De definitieve grenswaarden worden per 1 juli volgend jaar van kracht.
Impuls klimaatvriendelijker inkopen loont
Klimaatvriendelijker inkopen bespaart op CO2-uitstoot, zo blijkt uit een RIVM-effectmeting.
Op weg naar onafhankelijkheid van kritische materialen
In het kader van klimaatverandering verdienen ‘kritische materialen’ meer aandacht, vindt materiaalkundige Sven Erik Offerman.
Cruciale rol voor IFD in NTA Beweegbare Bruggen
Het industrieel, flexibel en demontabel uitvoeren van verbindingen vormt een basiscomponent van de NTA 8086: ‘IFD-bouw beweegbare bruggen’.
Energietransitie brengt verdubbeling wereldwijde stroomvraag
Dat blijkt uit een recente analyse van ING Economisch Bureau.
Zonnepanelen op dertien Amsterdamse metrostations
Dit jaar gaat de gemeente Amsterdam samen met Vervoerregio Amsterdam en GVB de daken van dertien metrostations voorzien van zonnepanelen.

Energieopslag in het materiaal

Winkelcentrum Cotroceni Park, Boekarest (M.Y.S. Architects).

Als de temperatuur in het gebouw stijgt, warmt een constructiemateriaal op. Het materiaal kan deze warmte (thermische energie) vervolgens vasthouden en later weer afgeven. Het vermogen daartoe heet thermische massa. In het algemeen bezitten zwaardere constructiematerialen een hogere thermische massa. Maar dat betekent niet dat je met een zware constructie altijd beter uit bent. Een lichte constructie is minstens zo goed.

De thermische massa van een constructiemateriaal is geen synoniem voor de massa van de constructie. De thermische massa wordt bepaald door drie materiaaleigenschappen:

  • de soortelijke warmte: de energie die nodig is om de temperatuur van het materiaal te laten stijgen;
  • de dichtheid: de massa van het materiaal per m3;
  • de warmtegeleidingscoëfficiënt: de hoeveelheid warmte die per graad Celsius temperatuurverschil door het materiaal gaat.

Naarmate de soortelijke warmte en dichtheid hoger zijn en de warmtegeleidingscoëfficiënt lager, is de thermische massa van het materiaal groter.

Zwaar of licht?

Of een gebouw met een zware of juist een lichte constructie energiezuiniger is gedurende een geheel jaar, is van vele factoren afhankelijk: het klimaat, de jaargetijden, de dag-/nachtcyclus, de ligging en projectering van het gebouw, de gebouwvorm, -indeling en -functie en de bezettingsgraad.

In het algemeen geldt dat in het voor- en najaar, als de temperatuurschommelingen tijdens de dag-/nachtcyclus groter zijn, een licht gebouw meer energie vraagt. Daarentegen heeft een zwaar gebouw meer energie nodig in de zomer en winter, als de temperatuur vrij constant blijft.
Bovendien reageert een licht gebouw met een lage thermische massa sneller. Bij bijvoorbeeld een hoge interne warmtelast of na een onverwacht koude nacht, kost ‘t minder energie om het gebouw op een comfortabele temperatuur te krijgen.


De energievraag van zware en lichte gebouwen is sterk afhankelijk van het seizoen.

Een belangrijke wetenschap is ook dat de thermische massa van een materiaal slechts gedeeltelijk wordt benut voor korte-termijnenergieopslag en -afgifte. Zo wordt van een massieve vloer hooguit de buitenste laag van 70–100 mm gebruikt. Bij normale dag-/nachtcycIi in een gematigd maritiem klimaat, zoals in ons land, zijn slechts de buitenste 40 tot 50 mm van nut.

Om de thermische massa van het materiaal effectief aan te spreken, moet de massa (thermisch) in contact staan met de ruimten in het gebouw. De massa mag bijvoorbeeld niet bedekt zijn met warmte-isolerende bouwdelen, zoals een geïsoleerd systeemplafond.